Openingstijden

MA / DO: 09:00 - 17:00 |19:30 - 20:30 
VR: 09:00 - 18:00

Spoedlijn

24/7 bereikbaar
036-523 64 46

Konijn

Vaccinatie

Het is verstandig om uw konijn te laten vaccineren. In Nederland komen namelijk twee, vaak dodelijk verlopende, virusinfecties bij konijnen voor. Dit zijn de ziekten Myxomatose en Viraal Haemorrhagisch Syndroom (VHS/VHD). Van het VHS/VHD-virus is een nieuwe stam ontwikkeld, de VHD-2.

Niet alleen buitenkonijnen, maar ook binnenkonijnen kunnen besmet raken en daarom is vaccinatie voor alle konijnen gewenst.

Lees meer

Vaccinatieschema

  • Myxomatose en VHS/VHD: Ieder jaar een vaccinatie tegen beide ziekten
  • VHD-2: Ieder half jaar. Omdat deze vaccinatie met meerdere konijntjes tegelijk wordt gegeven, plannen we hier in het voorjaar en het najaar een aantal dagen voor in. Tegen die tijd kunt u die onder het kopje 'nieuws' vinden.

Natuurlijk wordt uw konijn lichamelijk onderzocht en worden de nageltjes geknipt als dit nodig is. De vaccinatie mag het hele jaar door worden gegeven, maar ons advies is om dit in de maand april te doen en daarna jaarlijks (of bij VHD2 halfjaarlijks) te herhalen. Als u al eens geweest bent krijgt u een oproep hiervoor thuis gestuurd.

Myxomatose is een virusziekte die wordt overgebracht door stekende insecten (vlooien, muggen, vliegen) en door direct contact met besmette dieren of materialen. De oogleden, het bekje en het gebied rond de anus zwellen op en er ontstaan knobbels in de huid (vooral op oren, bekje en rug). Na enkele dagen ontstaat een longontsteking en in de meeste gevallen overlijdt het dier.

VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom) (ook wel RHD of VHD genoemd) is een virusziekte die wordt overgedragen door direct contact tussen konijnen, maar ook via mest, insecten en besmet materiaal (kooien, drinkflesjes). Ook vers geplukt gras kan besmet zijn als er in die omgeving wilde konijnen leven. Daarnaast kan het virus via schoenzolen binnengebracht en overgedragen worden. Een aangetast konijn eet niet meer, wordt benauwd, krijgt koorts en kan tandenknarsen of zelfs schreeuwen. In het laatste stadium van de ziekte treden bloedingen op, die bijna altijd fataal verlopen. Het kan ook zijn dat het konijn zeer plotseling sterft, aan inwendige bloedingen, zonder dat er verschijnselen aan vooraf zijn gegaan.

Voorkomen van infectie
Het zijn twee heel vervelende ziekten waar we vaak machteloos tegenover staan. Voorkomen is beter dan genezen, aangezien genezing slechts zelden plaatsvindt.
Het voorkomen van de infectie kunt u doen door: jaarlijkse vaccinatie, het weren van insecten, oppassen met vers gras en goede hygiëne

Voeding

Het komt regelmatig voor dat konijnen op de praktijk komen, omdat ze ziek zijn geworden door onvolledig of verkeerd voer. De klachten kunnen variëren van slecht of niet eten, maag-darmproblemen of gebitsproblemen. De voornaamste reden hiervan is dat een konijn te veel ‘gemakkelijk verteerbaar’ voedsel krijgt. Uit beste bedoeling van de eigenaar/eigenaresse krijgt een konijn vaak een overmaat aan groente, fruit, brood of snoepjes, met nadelige gevolgen vandien. Hieronder leggen we uit waarom dit niet goed is voor een konijn.

Lees meer

Anatomie en functie maagdarmkanaal.
Konijnen hebben een hele grote blinde darm, het caecum. Hier vindt de vertering plaats van ruwe voedingsvezels en vindt een belangrijke omzetting plaats van plantaardig eiwit naar hoogwaardig bacterieel eiwit. Verderop in de dikke darm ontstaan twee soorten keutels, ‘gewone’ keutels en kleinere, zachte keutels (caecotrofen). De “gewone” keutels vindt u gedurende de hele dag (nacht) in het hok, ze zijn stevig, droog en hebben een normaal formaat. De andere keutels worden veel minder vaak geproduceerd en zijn zacht, aan elkaar gekleefd en kleiner van formaat. Hoewel het misschien zo lijkt, is dit dus geen ‘diarree’. Het zijn zeer gezonde, voedzame keutels die veel eiwit en vitaminen bevatten. Als het goed is vindt u deze keutels zelden in het hok, omdat konijnen ze rechtstreeks uit de anus opeten (caecotrofie). Het opeten van deze keutels is voor konijnen van levensbelang!
Overgewicht is extra gevaarlijk voor de gezondheid van het konijn. Als een konijn te dik is, kan hij ‘de bocht niet meer maken’ om de caecotrofen uit de anus op te eten. Zijn buik zit dan letterlijk in de weg! Er ontstaan voedingstekorten, de vertering gaat achteruit en de darmen kunnen stil gaan liggen. Zoals u hierboven hebt gelezen, is het dier helaas soms niet meer te redden.

Om dit hele proces aan de gang te houden, heeft een konijn veel ruwvoer (hooi) nodig! Zonder ruwvoer gaan de darmen stil liggen, de vertering raakt uit balans en het konijn stopt met eten. In sommige gevallen is dit al zo ver gevorderd dat we het dier, ondanks medicatie en (dwang)voederen, niet meer kunnen redden. Ook voor een goed gebit is het voortdurend knabbelen op hooi van groot belang.

Wat heeft uw konijn nodig?
* Hooi! Veel hooi van goede kwaliteit. Dit is het ruwvoer waar het om gaat. Het konijn moet de hele dag kunnen knabbelen aan lekker en vers hooi.
* Goed Konijnenvoer. De hoeveelheid per dag is afhankelijk van de grootte van het konijn. Een richtlijn is 15-20 gram per kg lichaamsgewicht per dag. Het liefst konijnenvoer dat maar één kleur heeft, dit noem je pellets. Dan bevat elk brokje namelijk alle voedingsstoffen die uw konijn nodig heeft. De meeste konijnenvoeders zijn gevarieerd van kleur en daarmee is de samenstelling per brokje verschillend. Als het konijn alles zou opeten, dan krijgt het dier alle vitaminen en mineralen binnen die het nodig heeft. De meeste konijnen pikken echter de lekkere dingen er uit (grote bruine brokken, oranje en groene gekleurde stukjes,…) en laten de rest liggen. Dit betekent dat het dier onvolledig voer tot zich neemt en tekorten aan voedingsstoffen en vitaminen kan krijgen.
* Groenvoer. Dit kan bijvoorbeeld een stukje wortel zijn, een blaadje lof, paardenbloemblad (NIET de bloem!), stukje appel,bloemkoolblad. Alles moet rauw zijn en moet eerst gewassen worden. Droog het goed af en geef het niet te koud! Hierbij moet u rekening houden met het feit dat het in kleine hoeveelheden gegeven moet worden, dus als extra aanvulling. Als een konijn een hele wortel krijgt, is zijn maag volledig gevuld en heeft hij geen eetlust meer voor konijnenvoer en hooi. Bovendien bevatten wortels (of appels) veel suiker en worden ze hiervan snel te dik. Zie het groenvoer voor het konijn als extraatje, niet als volledige maaltijd!
* Knagen. Om te knagen zijn wilgentakken en fruitboomtakken zeer geschikt voor het konijn. Ze dragen bij aan een gezond gebit.

Wat u uw konijn niet moet geven!
* Kiemende aardappelen, boterbloemen, speenkruid, gouden regen, taxus, rododendron. Dit is allemaal giftig!
* Zoetigheid en brood! Ze lusten het wel maar het bevat veel te veel energie en zorgt voor overgewicht en verstoring van de vertering.
U moet oppassen met alle koolsoorten, sla en klaver. Deze kunnen al in zeer kleine hoeveelheden gasvorming of verstoring van de vertering in de darmen geven.
* Een zoutsteen. Dit kan aanleiding geven tot verhoogde kans op blaasgruis/stenen.
* Konijnensnoepjes, liever niet. Ze bevatten vaak veel suiker, wat de vertering verstoort en de kans op overgewicht vergroot.

Goede voeding is dus van levensbelang voor het konijn!
Door het geven van kwalitatief goede producten en rekening te houden met een optimaal gewicht, kunt u uw konijn een lang en gezond leven geven!

Gedrag

Konijnen zijn fantastische huisdieren. Helaas kunnen ze ook ongewenst gedrag vertonen, zoals agressie, angst, vernielzucht of onzindelijkheid. Agressief gedrag treedt nog al eens op als de diertjes geslachtsrijp worden (leeftijd van 3-4 maanden). Ze kunnen stampen, grommen en zelfs bijten. Met name voor kinderen voor wie het beestje vaak is aangeschaft is dit heel vervelend. Na castratie of sterilisatie van het konijntje verdwijnt dit vervelende gedrag.

Lees meer

Veel gedragsproblemen zijn te voorkomen als een konijn de mogelijkheid krijgt zich natuurlijk te ontwikkelen en te gedragen. Hieronder volgen een aantal zaken waar konijnen behoefte aan hebben om normaal gedrag te ontwikkelen en te behouden.

* Sociaal contact. Wilde konijnen zijn sociale dieren en leven in familieverband. Konijnen kunnen daarom beter in paren gehouden worden. Een vrouwtje met een mannetje is de beste combinatie (mits beide gesteriliseerd/gecastreerd). Anders liever twee gecastreerde mannetjes dan twee gesteriliseerde vrouwtjes samen. Een konijn samen met een cavia is ook een mogelijkheid, maar zij spreken een verschillende taal. Waar een konijn vooral m.b.v. lichaamstaal communiceert, doet een cavia dit vooral verbaal. De combinatie van twee soortgenootjes is dus de beste oplossing.
* Graven en wroeten. In het wild wordt natuurlijk aan deze behoefte voldaan, ook binnen moet deze mogelijkheid worden geboden.
* Veiligheid. Konijnen zijn prooidieren, ze zullen bij dreiging daarom eerst vluchten en daarna pas kijken wat er werkelijk gebeurt. Handen die van bovenaf komen, lijken op een roofvogel en laten het konijn schrikken. Benader een konijn daarom altijd van opzij.
* Beschutting en Ruimte. Een konijn moet de mogelijkheid hebben om te schuilen. Als prooidier moet het anders de hele tijd alert zijn op evt. dreiging. Dit geeft het dier stress. Een huisje of doosje in het hok zorgt voor voldoende bescherming. Daarnaast is het belangrijk dat de dieren voldoende ruimte hebben om zich vrij te bewegen en niet op elkaars lip te zitten. Ook dit geeft stress en kan agressief gedrag oproepen.

Goede socialisatie. Jonge konijntjes moeten op een rustige manier gesocialiseerd worden met evt. andere huisdieren en moeten langzaam gewend raken aan het aaien en het optillen. Het beestje zal hierdoor later minder stress en angst ervaren. Ook het laten wennen aan het vervoer in een mandje, het oogjes en oren bekijken en het nageltjes knippen, zorgen er voor dat het konijntje hier minder angst voor heeft.