Openingstijden

MA / DO: 09:00 - 17:00 |19:30 - 20:30 
VR: 09:00 - 18:00

Spoedlijn

24/7 bereikbaar
036-523 64 46

Kat

Vaccinatie

Het is verstandig om uw kat te laten vaccineren. Aangezien er tegenwoordig veel discussie is m.b.t. de noodzaak van vaccineren, leggen wij graag uit waarom vaccineren van belang is en hoe vaak het moet worden gedaan.

In de meeste gevallen gaat het bij het vaccineren om het voorkomen van ziekte door virusinfecties. Doordat het dier bij vaccinatie al een injectie met het dode of verzwakte virus heeft gekregen, zal het afweersysteem het echte virus direct herkennen als het dier besmet wordt. De afweerreactie komt dan meteen op gang en het dier heeft een grotere kans niet ziek te worden door de besmetting. Aangezien virussen (nog) niet te bestrijden zijn met medicijnen, is voorkomen veel beter dan genezen.

Lees meer

Wij adviseren het volgende vaccinatieschema
9 weken leeftijd: kattenziekte en niesziekte
12 weken leeftijd: kattenziekte en niesziekte
Leeftijd van 1 jaar: kattenziekte en niesziekte
Daarna: eens in de 3 jaar katten- en niesziekte, de 2 tussenliggende jaren alleen niesziekte.

Extra vaccinaties voor speciale omstandigheden
Pension: Chlamydia (ook bij verhoogde kans buiten het pension) en Bordetella
Buitenland: Rabiësenting (hondsdolheid)
Extra vaccinaties: FeLV (Feline Leukemie Virus) en FIP (Feline Infectieuze Peritonitis)

Vaccinatie afgestemd op het individuele dier!
Tot slot moet worden opgemerkt dat er in bepaalde gevallen afgeweken kan worden van het vaste vaccinatieschema. Elk dier is verschillend en heeft zijn eigen leefomstandigheden en ziektegeschiedenis. Dit nemen wij altijd mee in de beslissing of vaccinatie op dat moment wel zinvol is en, indien positief, welk vaccin dan het beste aansluit bij de situatie van het dier.

Chippen

Tegenwoordig bestaat de mogelijkheid uw huisdier te laten Chippen. Dit betekent dat de dierenarts een microchip m.b.v. een injectienaald onder de huid van uw dier plaatst. De microchip heeft de grootte van een rijstkorrel en bevat een unieke cijfercode. De cijfercode wordt gekoppeld aan uw dier, uw naam en adres met telefoonnummer. Deze gegevens worden door ons doorgegeven aan de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren, waar uw dier met de cijfercode levenslang wordt geregistreerd.

Lees meer

Als uw dier vermist is bestaat de kans dat het bij een dierenarts, asiel of dierenambulance wordt gebracht. Met behulp van een speciaal afleesapparaat wordt dan gekeken of het dier gechipt is en als dit het geval is, wordt het nummer genoteerd. Dit nummer wordt doorgegeven aan het registratiekantoor en op die manier kan de eigenaar of eigenaresse gevonden worden.

Het chippen van uw dier is een kleine ingreep die al op jonge leeftijd gedaan mag worden. Het is net als het toedienen van een injectie alleen dan met een iets dikkere naald, vanwege de chip die er doorheen moet. Met wat brokjes er bij merkt het dier er bijna niets van! Ons advies is om dit met de laatste vaccinatie (op 12 weken leeftijd) te doen. Dan bent u toch op de praktijk voor de vaccinatie en hoeft u geen extra consult te betalen. Natuurlijk kan het ook op latere leeftijd, gewoon op afspraak of bijvoorbeeld gecombineerd met de jaarlijkse vaccinatie, eenvoudige operatie of gebitsanering.

Wormen

De spoelworm en de lintworm zijn de meest voorkomende wormsoorten bij de hond en de kat in Nederland. Bijna elk dier maakt wel eens een besmetting door, hoewel dit bij het volwassen dier niet altijd duidelijk herkenbaar is. Vooral jonge dieren zijn erg gevoelig voor worminfecties; hun algehele conditie vermindert en hun groei wordt belemmerd. In ernstigere gevallen kunnen ze sterk vermageren (ondanks bol ‘worm’buikje) en krijgen ze diarree. Volwassen dieren hebben minder duidelijke klachten; soms een minder goede algehele conditie en wat dunnere ontlasting dan normaal. Soms jeuk aan de achterhand, bij de anus.

Lees meer

Ontwormingsschema
Kitten: Leeftijd van 3, 5, 7 en 9 weken. Daarna iedere maand tot de leeftijd van een half jaar. Daarna iedere 3 maanden.
Volw. kat: Minimaal 4 keer per jaar. Als u wormen ziet, vaker behandelen, alle dieren tegelijk!
(Fok-)poes: Vóór de dracht. Na de geboorte gelijk met de kittens op 3 weken.

Producten
Er zijn zeer veel producten beschikbaar ter bestrijding van worminfecties. Tabletten, pasta’s, producten voor over het voer, injecties, spot on’s; allemaal mogelijkheden om uw hond zo goed mogelijk te beschermen. Voor al uw vragen m.b.t. worminfecties en het bestrijden daarvan, kunt u contact met ons opnemen.


Spoelwormen
De spoelworm leeft in de dunne darm en produceert eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. Een volwassen spoelworm vindt u zelden in de ontlasting, maar ze kunnen worden uitgebraakt en dan vindt u ze in het braaksel (soms zelfs levend).
De kat kan zich besmetten door de eitjes op te nemen van de grond of door het eten van een besmet prooidier.
Bij drachtige poezen komen de spoelwormlarven in de melkklieren terecht. Na de geboorte van de kittens geeft de moederpoes de larven door via de moedermelk. Dit heeft tot gevolg dat veel kittens last hebben van een spoelworminfectie.
Kleine kinderen kunnen zich besmetten met spoelwormeitjes van de grond, zandbak, tuin, enz. De larven trekken door het lichaam en kunnen ontstekingsreacties veroorzaken. Dit kan gevaarlijk zijn als het bijvoorbeeld om de ogen gaat. Laat geen katten (en honden) in de zandbak, ruim ontlasting op, verschoon de kattenbak dagelijks en was de handjes van (kleine) kinderen na het buiten spelen! Bij volwassenen treden zelden problemen op.

Lintwormen
De lintworm leeft ook in de dunne darm. Hij heeft een kop (vast aan de darmwand) met daaraan veel segmenten gevuld met eitjes. Als de achterste segmenten rijp zijn laten ze los en kruipen ze uit de anus. Dit geeft jeuk en heeft vaak ‘sleetje rijden’ tot gevolg. Deze kleine segmenten zien er uit als rijstkorrels en kleven vaak aan de vacht, anus of liggen in de mand van het dier.
Katten kunnen zich besmetten door het opeten van een besmette vlo. Vlooienbestrijding is daarom belangrijk! Ook door het vangen en eten van besmette prooidieren (muizen) kunnen ze de infectie oplopen.
Kinderen kunnen heel soms geïnfecteerd raken als ze een besmette vlooienlarve opeten (bijv. van de vloer), dit heeft echter geen nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Haak- of mijnwormen
Ze leven in de dunne darm van de kat. Een zware besmetting zorgt voor bloederige diarree en bloedarmoede. Ze komen gelukkig weinig voor in Nederland, soms in kennels.

Zweepwormen
Zweepwormen komen niet voor bij katten.

Parasieten

De meest voorkomende parasieten bij onze huisdieren zijn vlooien, teken, mijten, luizen en maden. Omdat ze aan de buitenkant van het dier leven, noemen we ze ectoparasieten.

Lees meer

Vlooien
Door de milde winters en de centrale verwarming in huis, bestaat de kans op een vlooienbesmetting het hele jaar door. Door de hogere temperaturen in het voorjaar, de zomer en het najaar is de kans op besmetting in deze periode natuurlijk het grootst.
Eén vlo legt gemiddeld 20 eitjes per keer. Deze eitjes groeien uit tot larven en poppen. Het grootste deel van de vlooienbesmetting is daarom niet de vlo zelf, maar de vele eitjes, larven en poppen die zich in de omgeving van het dier bevinden (ligmand, vloerbedekking, plinten, enz.). Ze kunnen daar weken, maanden tot een jaar overleven om vervolgens uw huisdier weer te besmetten.
Vlooien veroorzaken vooral jeuk, wat leidt tot korstjes doordat het dier zich gaat krabben. Bij een vlooienallergie is de kat allergisch voor het speeksel van de vlo dat wordt ingespoten tijdens het bloedzuigen. Dit kan zelfs bij een lichte vlooienbesmetting een heftige ontstekingsreactie van de huid geven met zeer veel jeuk!
Bij jonge dieren kan een uitgebreide vlooienbesmetting leiden tot bloedarmoede.
Vlooien kunnen ook lintworminfecties overbrengen.
Alle nadelige gevolgen die een vlooienbesmetting met zich meebrengt zijn goede redenen om uw kat te beschermen tegen vlooien. Als u meerdere huisdieren hebt, moet u ze allemaal tegelijk behandelen! Tevens moet u ze goed ontwormen. Er bestaan veel verschillende producten met verschillende werkzaamheid. Afhankelijk van de situatie en ernst van besmetting moet het juiste behandelplan worden ingezet.

Teken
Een besmetting met teken kan plaatsvinden als uw kat zich begeeft in bossen, struiken of lang gras. Als het dier langs loopt laat de teek zich vallen en hecht zich in de huid vast. Daar voedt hij zich met bloed.
Een teek nestelt zich diep in de huid van uw kat en zuigt daar bloed. Dit kan een lokale ontstekingreactie veroorzaken, wat er soms uitziet als een klein bultje. Daarnaast kan een teek besmet zijn met een bacterie (Borrelia) die de ziekte van Lyme veroorzaakt (bij kat, hond en mens). Vanaf ongeveer de grens België-Frankrijk komt een teek voor die Babesiose (bloedziekte) kan overbrengen. Sinds kort is de teek die Babesia kan overdragen ook in Nederland gesignaleerd, behandel en controleer dus extra goed tegen teken! Katten worden echter zelden ziek van een Babesia-infectie (honden wel!).
Als u een teek ziet bij uw kat, kunt u die met een tekenpincet verwijderen, door hem met kop en al beet te pakken en een ronddraaiende beweging te maken. Als u blijft draaien laat hij vanzelf los, u hoeft dan nauwelijks te trekken. In ieder geval moet u hem niet ‘gewoon’ los trekken, dan blijft de kop met poten zeker zitten! Gebruikt nooit alcohol om de teek “te verdoven”, dit werkt averechts en geeft meer ontsteking. Als u teken binnen 48 uur van uw kat verwijdert, kunnen ze geen ziekten overbrengen. Naast het gebruik van goede producten, is het dus altijd verstandig uw kat goed te controleren op teken.

Mijten
Demodex: Een demodexinfectie bij katten komt zelden voor. Alleen bij katten met algemeen verminderde weerstand (t.g.v. andere ziekten) kan een infectie plaatsvinden.
Oormijt: Zowel katten, honden, konijnen en fretten kunnen besmet zijn met oormijt (Otodectes). In bijna alle gevallen geeft dit heftige jeuk aan de oren en veel schudden met de kop. Met behulp van de otoscoop kunnen de mijten in de gehoorgang gevonden worden, je ziet ze bewegen! Vaak is er veel vies en zwart oorsmeer aanwezig. Behandeling vindt plaats met pipetten in de nek om de mijten te doden, aangevuld met zalf in de oren ter bestrijding van de ontsteking en heftige jeuk in de gehoorgang.
LET OP: oorzalf mag nooit zo maar gebruikt worden en niet elke oorontsteking wordt veroorzaakt door oormijt! Altijd moet er onderzoek door de dierenarts worden gedaan om de oorzaak van de ontsteking vast te stellen en de gehoorgang van het dier te beoordelen. Oorzalven zijn namelijk zeer toxisch voor het oor, als het trommelvlies beschadigd is. In dit geval kan de zalf een blijvende scheve kopstand en doofheid veroorzaken. Bovendien zijn sommige zalven toxisch voor bepaalde diergroepen (bijv. de kat) en heeft elke zalf zijn eigen werkzaamheid. Er zijn vele oorzaken voor een oorontsteking, en afhankelijk van de oorzaak wordt het juiste middel ingezet.
Schilfermijt: Deze mijt (Cheylletiella)veroorzaakt schilfers op de huid. Het lijkt alsof uw dier ‘roos’ heeft. Meestal geeft de besmetting geen jeuk. Het is besmettelijk voor mensen. Het dier en de omgeving moeten behandeld worden.
Huidschurft: Huidschurft (Notoedres) komt bij katten voor. De mijten graven zich diep in de huid en zijn zelfs met microscopisch onderzoek lastig te vinden! Een besmetting geeft veel jeuk en is besmettelijk voor andere dieren (en mensen). De dieren moeten behandeld worden met een spot on tegen schurftmijt.

Buitenland

Als u met uw dier naar het buitenland gaat, gelden er per diersoort en per land verschillende maatregelen die u moet treffen. Hieronder vindt u alle zaken waar u van te voren aan moet denken. Het is verstandig om (ruim) voor vertrek contact met ons op te nemen, om alle eisen en eventuele ziekterisico’s te bespreken. We hebben een lijst met eisen van alle landen op de praktijk liggen, zodat u met een gerust hart en optimaal voorbereid naar het land van bestemming kunt vertrekken!

Lees meer

Hondsdolheid (Rabiës)
Honden, katten en fretten moeten tegen hondsdolheid worden gevaccineerd. Deze vaccinatie is verplicht voor elk uitstapje naar het buitenland, of dit nu een lange vakantie is naar een verre bestemming of een dagtripje naar Antwerpen. Binnen de EU, is de vaccinatie tegenwoordig drie jaar geldig.
Tot voor kort moest er voor vertrek naar een aantal landen (Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Ierland, Malta, Turkije en veel landen buiten de EU) bloedonderzoek worden gedaan, na het geven van de vaccinatie. Dit was nodig om de antilichaamtiter tegen hondsdolheid te bepalen. Er bestond dan ook een lange wachttijd voordat u na een van die landen kon vertrekken. Tegenwoordig is het bloedonderzoek niet meer vereist en kunt u na de Rabiësvaccinatie 'gewoon' naar desbetreffende landen vertrekken. Natuurlijk blijft de wachttijd van 3 weken, die voor alle landen geldt, wel bestaan.

Elk dier moet gechipt zijn of een leesbare tatoeage hebben. Tegenwoordig worden dieren alleen nog maar gechipt, maar een tatoeage die in het verleden is gegeven, is wel geldig. Het chipnummer of tatoeagenummer moet vermeld staan in het paspoort. De chip of tatoeage moet zijn in-/aangebracht, voordat (of op hetzelfde moment dat) de vaccinatie tegen hondsdolheid wordt gegeven.

Het dier moet in het bezit zijn van een geldig Europees Dierenpaspoort waarin alle vaccinaties, behandelingen en gegevens van het dier staan vermeld, voorzien van handtekening en stempel van de dierenarts.

Voor sommige landen geldt een verplichting tot lichamelijk onderzoek en ontworming door de dierenarts, binnen een vastgesteld aantal dagen voor vertrek. Dit onderzoek, de datum en het ontwormmiddel moet in het paspoort worden vermeld en voorzien zijn van stempel en handtekening van de dierenarts. U kunt ons het beste even bellen om te vragen of dit ook voor uw vakantieland geldt.

Parasieten.
Teken: In het buitenland kunnen teken verschillende, soms levensbedreigende, ziekten overbrengen! Naast de ziekte van Lyme, kan ook Babesia of Ehrlichia worden overgebracht. Preventie met goede tekenband of Spot-On.
Hartworm: Vooral in Midden en Zuid-Europa en Noord Italië kunnen mugjes larven van de hartworm (Dirofilaria Immitis) overbrengen in de bloedbaan van de hond of kat. Deze larven kunnen zich ontwikkelen tot volwassen wormen in het hart van uw huisdier. Een besmetting is lastig te bestrijden en kan fataal verlopen. Preventie met Spot-On of tabletten.
Zandvliegjes: Vooral in de landen rond de Middellandse Zee en in Latijns Amerika kunnen zandvliegjes de ziekte Leishmania overbrengen. Een ernstige, soms fataal verlopende ziekte. Preventie met speciale halsband.
Vossenlintworm: De vos is de normale gastheer van deze lintworm, maar ook honden en katten kunnen besmet raken. Zij ondervinden echter weinig last van deze lintworm. Bij mensen die besmet raken met de vossenlintworm (via aaien van besmette honden/katten, eten van besmette bosvruchten of contact met levende/dode vos) kan een ernstige aantasting van de lever ontstaan, die fataal kan verlopen. Vooral in centraal Europa en een deel van Frankrijk. Preventie met het juiste ontwormingsmiddel.

Afhankelijk van het land en gebied waar u naar toe gaat, is het van belang voor de veiligheid van uw huisdier om de juiste combinatie van antiparasitica te gebruiken. Voor het maken van de juiste keuze zijn we u graag van dienst!

Reisziekte.
Reisziekte is een veel voorkomend probleem, echter vooral bij honden. De symptomen variëren van braken, kwijlen, onrustig gedrag, angst en trillen. Tot voor kort waren er niet veel middelen op de markt om deze vorm van misselijkheid en braken tegen te gaan. Er zijn nu tabletten verkrijgbaar voor honden die werken op het centrale braakcentrum, zonder het dier suf te maken. Het zijn dus geen tranquillizers! U kunt de tabletten van te voren geven en ze zijn minimaal 12 uur werkzaam. Vraag ons gerust om meer informatie. Helaas mogen deze tabletten niet voor katten gebruikt worden. Wel kunt u naast onderstaande algemene richtlijnen gebruik maken van rustgevende druppels (bijv. Bachbloesem)
Andere tips zijn: voldoende frisse lucht, gelijkmatige rijvaardigheid, temperatuur in de auto niet te warm/koud, regelmatig pauzeren bij langdurige reizen.

Warmte.
In de zomer is het extra oppassen met de hitte! Sommige rassen hebben hier meer last van dan andere. Vooral de kortschedelige rassen en de rassen met extreme dikke vacht (bijv. de pers) zijn erg gevoelig voor de warmte, omdat zij meer moeite hebben om de warmte kwijt te raken dan andere rassen.
In alle gevallen is het van belang de volgende maatregelen te treffen op warme/hete zomerdagen: inspanning vermijden/beperken (zeker op het midden van de dag!), zorgen voor voldoende afkoeling d.m.v. regelmatig water drinken, frisse lucht en afkoeling. Laat u uw huisdier alstublieft NOOIT in de auto zitten, ook niet met ‘zogenaamde open raampjes’! In een stilstaande auto loopt de temperatuur al snel veel te hoog op wat levensbedreigend kan zijn voor het dier!
Bij twijfel: direct koelen (m.b.v. water, natte handdoeken, evt. haren weg scheren als dit mogelijk is) en naar een dierenarts.

Met al deze tips en voorzorgsmaatregelen kunt u genieten van een zorgeloze vakantie.
Wij wensen u en uw dieren een hele fijne en gezonde vakantie toe!!